Tagdienstanciënniteit

Soorten anciënniteit

S

In het onderwijs is er niet één soort anciënniteit maar heel wat soorten anciënniteit. Een overzichtje van de belangrijkste soorten …

  • Dienstanciënniteit: het eenvoudigste, de basis. Het aantal dagen, maanden en jaren dat je in dienst bent in het onderwijs. Dit ongeacht de functie. De berekening gebeurt meestal per scholengemeenschap, bijvoorbeeld wanneer dat is in functie van TADD of vaste benoeming.
    Effectieve dienstanciënniteit: In sommige gevallen wordt er een onderscheid gemaakt tussen effectief gepresteerde dienstanciënniteit en niet effectief gepresteerde dienstanciënniteit. In geval van ziekte loopt je dienstanciënniteit wel verder maar dit zijn geen effectief gepresteerde dagen. Sommige afwezigheden worden echter wel gezien als effectief gepresteerde dagen zoals bv. de eerste 140 dagen van het zwangerschapsverlof.
  • Ambtsanciënniteit: Het aantal dagen, maanden en jaren dat je in dienst bent in het onderwijs binnen een bepaald ambt. Zo kan je aangesteld zijn als opvoeder, administratief medewerker, leraar, godsdienstleraar, directeur, technisch adviseur … In elk van die ambten afzonderlijk bouw je ambtsanciënniteit op. De berekening gebeurt meestal per scholengemeenschap, bijvoorbeeld wanneer dat is in functie van TADD of vaste benoeming.
  • Geldelijke anciënniteit: hierop wordt o.a. je wedde gebaseerd. Deze anciënniteit bestaat uit het aantal dagen, maanden en jaren dat je in dienst bent in het onderwijs vanaf een bepaalde leeftijd. (bv. voor een leraar in weddeschaal 301 is dat 22 jaar, voor een leraar in weddeschaal 501 is dat 24 jaar). Deze anciënniteit is altijd onafhankelijk van schoolbestuur of scholengemeenschap. Je valt dus niet terug op 0 jaar geldelijke anciënniteit omdat je van schoolbestuur verandert.
    Je vindt je aantal jaren/maanden geldelijke anciënniteit op je salarisbrief.
  • Sociale anciënniteit: op basis hiervan wordt het aantal dagen bezoldigd ziekteverlof waarop je recht hebt bepaald. Een beetje kort door de bocht komt het neer op alle dagen die je in het onderwijs hebt gepresteerd. Correcter echter is om te stellen dat het gaat om je geldelijke anciënniteit, vermeerderd met het aantal dagen anciënniteit die je verwierf voor de minimumleeftijd van de salarisschaal en verminderd met eventuele nuttige ervaring.

Lees ook over de berekening van het aantal dagen anciënniteit.

https://data-onderwijs.vlaanderen.be/edulex/document.aspx?docid=12657#143197
https://data-onderwijs.vlaanderen.be/edulex/document.aspx?docid=13927#263105

Laatste berichten