NBN normen

Paginaopmaak

Paginaformaat

Gebruik altijd papier van A4 formaat, zowel voor brieven als voor papers.

Kantlijnen of marges

Gebruik bij voorkeur marges van 2 cm zowel bovenaan, onderaan, links als rechts.  Links mag je een marge van 3 cm gebruiken omdat die zijde vaak geperforeerd wordt of ingebonden.

Regelafstand

Gebruik altijd een enkele regelafstand tenzij er een goede reden is om een grotere regelafstand te hanteren (vb. om de lezer de kans te bieden aantekeningen te maken bij de tekst).

Uitlijnen

De lopende tekst van een brief of een paper wordt altijd links uitgelijnd of uitgevuld en dus nooit gecentreerd.

Opmaak titels

Titels moeten meer opvallen dan lopende tekst.  Hiervoor kan je gebruik maken van een groter lettertype, een afwijkend kleur, een paginabrede lijn, een paginabreed kader, cursieve tekst, enz… Probeer het gebruik van de opmaakkenmerken “vet” en “onderlijnd” in titels te vermijden.

Ongenummerde opsommingen

Gebruik in een document bij voorkeur maar één opsommingsteken.  Het opsommingsteken staat steeds tegen de linkermarge en de tekst springt 0,5 cm in. Ook bij opsommingen respecteren we een enkele regelafstand.

Tekstopmaak

Opmaak getallen

Om de leesbaarheid van getallen te verhogen groepeer je de cijfers in groepjes van drie als cijfergroeperingssymbool gebruik je een spatie (vb. 1 530 000 en dus niet 1.530.000).

Getallen breek je nooit af, daarom gebruik je als cijfergroeperingssymbool niet zomaar een spatie maar een VASTE spatie (CTRL+SHIFT+SPATIE in MS Word).

Als decimaalteken gebruik je altijd een komma, nooit een punt.

Opmaak bedragen/valuta

Wanneer het om bedragen gaat noteer je altijd om watvoor bedrag het gaat! Euro?

In berekeningen of opsommingen kan dat door middel van de ISO code of het officiële symbool. De ISO code staat NA het bedrag (vb. 15,12 EUR) ofwel plaats je het officieel symbool VOOR het bedrag (vb. € 15,12).  Zowel de ISO code als het officieel symbool worden van het bedrag gescheiden door middel van een vaste spatie.

In een doorlopende tekst gebruik je noch het symbool, noch de ISO code maar je schrijft de munt voluit. (vb. Ik heb 20 euro bij.)

Opmaak datum

In een zin noteer je de maand altijd voluit, het jaar steeds met vier cijfers. (vb. Ik ben jarig op 15 juni 1980. ).

Wanneer je een datum afkort (vb. bovenaan een brief) dan noteer je steeds het jaar met vier cijfers, gevolgd door de maand (2 cijfers) en de dag (2 cijfers).  Jaar, maand en dag worden dan van elkaar gescheiden door middel van een koppelteken. (vb. 1980-06-15).

Hoewel bovengenoemde uitleg ivm de afkorting van een datum de meest correcte is, is het heel gebruikelijk (en wordt dus getolereerd) om de afkorting omgekeerd te noteren (dd-mm-jjjj) (vb. 15-06-1980).

Opmaak telefoonnummers

Een telefoonnummer wordt steeds voorafgegaan door de afkorting “tel.” (let op het puntje). Een faxnummer wordt voorafgegaan door de afkorting “fax” (zonder het puntje). Na de afkorting komt een spatie gevolgd door het eigenlijke nummer. Het zonenummer (vb. 051) wordt door een spatie van het abonneenummer (vb. 26 46 66). Het abonneenummer wordt genoteerd in groepjes van 2 cijfers, als het abonneenummer bestaat uit een oneven aantal cijfers dan telt het eerste groepje 3 cijfers.  (vb. tel. 051 26 46 66 of tel. 09 221 16 16)